Zaanse klok
Vlak na Huygens
De Zaanse klok volgt bijna rechtstreeks op de slinger die Christiaan Huygens in 1656 aan het uurwerk toevoegde. In de Zaanstreek werd die nieuwe techniek snel opgepakt en in een eigen vormtaal gegoten. Een gedateerd voorbeeld uit 1678 is van Kornelis Michielsz. Volger.
Waaraan een Zaanse klok te herkennen is
- Gedraaide hoekkolommen die de kast flankeren, ontleend aan de barokke bouwkunst.
- Een uitgezaagde topgevel in renaissancestijl boven de wijzerplaat.
- Gegoten messing fretten of belhekken, vaak met het devies Nu Elck Syn Sin.
- Zijluifels die het werk aan de zijkanten afdekken.
- Een korte slinger die vrij zwaait in een peervormige uitsparing in de houten achterplaat.
- Met de hand uitgezaagde raderen met hart- of vorkvormige spaken.
Hoe hij hangt
De Zaanse klok hangt niet aan een spijker maar staat op een wandplank of console. De gewichten hangen aan koorden langs de plank naar beneden, waardoor er onder de klok een vrije muurstrook nodig is. Slagwerk en wekker horen bij de standaarduitrusting.
Replica of origineel
Van de Zaanse klok zijn in de negentiende en twintigste eeuw veel replica's gemaakt. Het verschil zit onder meer in de raderen: origineel werk is met de hand uitgezaagd en daardoor nooit volmaakt symmetrisch.