Skeletklok
Van Frankrijk naar Engeland
De skeletklok komt uit Frankrijk, waar aan het einde van de achttiende eeuw de eerste voorbeelden opduiken. In Engeland bleef het aanvankelijk bij zeldzame exemplaren, maar vanaf de jaren twintig van de negentiende eeuw werd de vorm daar algemeen. De victoriaanse periode is de bloeitijd, met een hoogtepunt op de Great Exhibition van 1851, waar opvallende exemplaren werden getoond.
Makers zaten onder meer in Londen, Birmingham en Liverpool. De platines werden uitgezaagd tot symmetrische figuren, met namen als scroll, gothic en architectural naar het motief.
Waarom het glas erbij hoort
Een skeletklok werd standaard onder een glazen stolp geleverd. Zonder die kap zet stof zich vast in de olie op de tappen, en dat mengsel werkt als schuurmiddel. Bij oude exemplaren is de originele stolp vaak verdwenen, wat aan de klok zelf te zien is in de vorm van slijtage.
Waar het oog naar kijkt
- Het gangrad met de gang, die het ritme van de klok zichtbaar maakt.
- De grote uitgezaagde platines, die de constructie dragen en het beeld bepalen.
- De veerhuizen, bij uitvoeringen met een ketting soms met zichtbare snekverdeling.
- De slinger, die bij Engelse voorbeelden vaak achter het raderwerk langs zwaait.