Naar de inhoud
Tijd voor Klokken
Menu

Wandklok

De grootste familie binnen het klokkenlandschap, van een strak schijfje van twintig centimeter tot een meterbrede stationsklok.

Wat een wandklok onderscheidt

Een wandklok hangt aan een spijker, schroef of ophangplaat en draagt zijn eigen gewicht via de achterkant. Dat lijkt vanzelfsprekend, maar het bepaalt het hele ontwerp: de kast is vlak van achteren, de wijzerplaat staat loodrecht op de kijkrichting en het uurwerk zit ondiep. Bij mechanische uitvoeringen hangt er meer aan de muur dan alleen de kast, want gewichten en slinger vragen ruimte eronder.

In de handel wordt de wandklok meestal ingedeeld op diameter. Twintig tot dertig centimeter past in een keuken of gang, veertig tot vijftig centimeter is de maat voor een woonkamerwand, en alles boven zestig centimeter leest als wandobject. Bij Klokkenconcurrent loopt die indeling door tot tachtig centimeter.

Uurwerk: batterij, netstroom of veer

Het verschil tussen twee ogenschijnlijk identieke wandklokken zit vrijwel altijd achter de wijzerplaat.

Vijf aandrijvingen die onder een wandklok gebruikelijk zijn
UurwerkWat het doetWaar het opvalt
Quartz met tikSecondewijzer springt per seconde, gevoed door een penliteHoorbaar in een stille slaapkamer
Quartz met stille loopSecondewijzer glijdt in kleine stapjes, vrijwel geruisloosSlaapkamer, studeerkamer, vergaderruimte
RadiografischStelt zichzelf in op het tijdsignaal uit MainflingenZomertijd gaat automatisch mee
NetstroomVaste voeding, vaak in een dubbelzijdige uitvoeringPerrons, werkplaatsen, wachtruimtes
MechanischVeer of gewichten, wekelijks opwindenSlag, slinger, hoorbare gang

Materiaal en wijzerplaat

Hout geeft warmte en dempt geluid, metaal maakt een klok scherper en zwaarder, kunststof houdt hem licht en betaalbaar. Glas over de wijzerplaat beschermt tegen stof, maar geeft weerspiegeling bij tegenlicht. Een open wijzerplaat zonder glas leest rustiger, alleen verzamelt hij stof op de wijzers.

Voor de leesbaarheid telt contrast zwaarder dan grootte. Zwarte staafwijzers op een gebroken witte plaat zijn van verder af af te lezen dan dunne gouden wijzers op een spiegelend vlak, ook wanneer die laatste klok groter is.

Ophangen zonder scheefstand

  1. Kies de hoogte waarop het midden van de wijzerplaat ongeveer op ooghoogte komt, rond 160 centimeter.
  2. Gebruik bij een klok zwaarder dan twee kilo een plug, niet alleen een spijker.
  3. Zet een mechanische klok waterpas: een slingerklok die scheef hangt, tikt onregelmatig en valt stil.
  4. Houd afstand tot een radiator of een raam op het zuiden, want temperatuurwisselingen beinvloeden de gang.
  5. Laat bij gewichtaandrijving genoeg vrije muur onder de kast, anders lopen de gewichten binnen een dag af.

Tikken en slapen

Een klok met een springende secondewijzer maakt per etmaal 86400 tikken. In een woonkamer valt dat weg tegen het achtergrondgeluid, in een slaapkamer niet. Een uitvoering met stille loop lost dat op zonder aan het uiterlijk te tornen.

Veelgestelde vragen

Op welke hoogte hangt een wandklok het beste?

Met het midden van de wijzerplaat op ongeveer 160 centimeter, dus rond ooghoogte van iemand die staat. Boven een bank of schouw mag hij hoger, zolang de onderkant vrij blijft van leuningen en lijsten.

Hoe groot moet een wandklok voor een woonkamer zijn?

Veertig tot vijftig centimeter werkt op de meeste woonkamerwanden. Op een lege wand zonder ander wandobject mag zestig centimeter of meer, omdat de klok dan het vlak moet dragen.

Waarom loopt een mechanische wandklok voor of achter?

Bijna altijd door de slingerlengte. De regelmoer onder de slingerlens verhoogt of verlaagt de lens, en daarmee de gang. Omhoog draaien maakt de slinger korter en de klok sneller.