Slinger afstellen
Waarom de lengte de gang bepaalt
Bij een slinger hangt de omlooptijd af van de lengte, niet van het gewicht en niet van de uitslag. Korter betekent sneller, langer betekent langzamer. Onder de slingerlens zit daarom een moer waarmee de lens omhoog of omlaag te draaien is.
De verhouding is niet lineair: bij een lange slinger heeft dezelfde slag van de moer minder effect dan bij een korte. Een pendule met een korte slinger reageert daardoor veel heftiger op bijstellen dan een staande klok met een secondeslinger van bijna een meter.
| Situatie | Handeling | Effect |
|---|---|---|
| Klok loopt achter | Moer omhoog draaien, lens stijgt | Slinger korter, klok sneller |
| Klok loopt voor | Moer omlaag draaien, lens zakt | Slinger langer, klok langzamer |
| Onbekend hoeveel | Halve slag per keer | Meten over minstens 24 uur |
Meten met verstand
- Zet de klok gelijk op een betrouwbare tijd en noteer het moment.
- Laat de klok minstens 24 uur lopen zonder eraan te komen.
- Lees het verschil af en reken uit hoeveel seconden per etmaal dat is.
- Draai de moer een halve slag in de juiste richting en zet de klok opnieuw gelijk.
- Herhaal tot het verschil binnen aanvaardbare grenzen blijft.
Een verschil van een minuut per week is bij een huiskamerklok niet ongewoon en valt met twee of drie correcties meestal terug te brengen. Een oud werk dat elke dag anders loopt, wijst niet op een verkeerde slingerlengte maar op vervuiling of slijtage.
Eerst waterpas, dan afstellen
Een klok die niet waterpas hangt of staat, tikt ongelijk en loopt onregelmatig. Bijstellen van de slinger lost dat niet op. De tik hoort links en rechts even lang te klinken.