Naar de inhoud
Tijd voor Klokken
Menu

Staande klok

De klok die zijn eigen meubel is, met een kast die de slinger en de gewichten hun volle lengte gunt.

Waar de vorm vandaan komt

De staande klok is het rechtstreekse gevolg van twee uitvindingen kort na elkaar. Christiaan Huygens ontwierp op 25 december 1656 het slingeruurwerk, dat in Den Haag door Salomon Coster werd gebouwd en in 1658 in Horologium werd beschreven. Ruim tien jaar later kwam de ankergang in gebruik, gangbaar toegeschreven aan William Clement rond 1670, al staat die toeschrijving niet vast: de oudste bekende ankerklok hangt in Wadham College in Oxford en wordt aan Joseph Knibb toegeschreven.

Het gevolg was ingrijpend. De slinger hoefde niet langer tachtig tot honderd graden uit te zwaaien, maar nog maar vier tot zes graden. Daardoor kon hij lang en zwaar worden, wat de gang veel gelijkmatiger maakte. Zo'n lange slinger vroeg een hoge, smalle kast, en die kast werd de staande klok. Rond 1680 tot 1690 werd de minuutwijzer standaard, omdat het uurwerk eindelijk nauwkeurig genoeg was om minuten te tonen.

De slinger van bijna een meter

De klassieke staande klok heeft een secondeslinger: elke halve zwaai duurt precies een seconde, dus een hele heen-en-weergang twee seconden. Daar hoort een lengte van ongeveer 993,6 millimeter bij, uitgaande van de standaardwaarde voor de zwaartekracht.

De formule erachter is eenvoudig: de omlooptijd is twee maal pi maal de wortel uit de slingerlengte gedeeld door de valversnelling. Voor een omlooptijd van twee seconden komt daar de lengte uit die gelijk is aan de valversnelling gedeeld door pi in het kwadraat. Omdat de zwaartekracht per plaats iets verschilt, is die lengte niet overal op aarde precies gelijk.

Drie melodieen

De drie slagmelodieen die op moderne staande klokken gangbaar zijn
MelodieHerkomstKenmerk
WestminsterCambridge, 1793, later de Elizabeth TowerVier kwartieren, oplopend, gevolgd door de uurslag
WhittingtonLonden, naar de klokken van St Mary-le-BowVoller en drukker, meer klankstaven in gebruik
St MichaelEngelse kerkmelodieRustiger en korter dan Westminster

De Westminster-melodie heet oorspronkelijk de Cambridge Quarters en werd in 1793 geschreven voor de klok van Great St Mary's in Cambridge. De opdracht ging naar Joseph Jowett, maar de melodie wordt in de vakliteratuur meestal aan William Crotch toegeschreven. De klok in het Palace of Westminster nam de melodie over en ging op 31 mei 1859 lopen.

Opstellen en stellen

  1. Zet de kast tegen een dragende wand en stel hem waterpas, in beide richtingen.
  2. Zet de kast vast aan de muur wanneer er kinderen of huisdieren in huis zijn, want een lege kast is topzwaar.
  3. Hang de gewichten op volgorde: het zwaarste hoort meestal rechts, aan de kant van het slagwerk.
  4. Hang de slinger pas op wanneer de kast definitief staat.
  5. Zet de slinger in beweging met een kleine duw en luister of de tik gelijkmatig klinkt.
  6. Corrigeer de gang met de moer onder de slingerlens, een halve slag per keer.

Waarom de tik ongelijk klinkt

Een ongelijke tik betekent bijna altijd dat de kast scheef staat. De klok tikt dan tik-tak in plaats van tik-tik, en valt na een paar uur stil. Een paar millimeter onder een voetje is genoeg om dat te verhelpen.

Veelgestelde vragen

Hoe lang loopt een staande klok op een keer opwinden?

De gangbare uitvoering loopt acht dagen. Wekelijks opwinden op een vaste dag houdt de veer of het gewichtenpakket ruim binnen bereik.

Waarom hangen er drie gewichten?

Elk gewicht drijft een eigen deel aan: het gangwerk, het uurslagwerk en het melodiewerk. Klokken zonder melodie hebben er twee.

Mag een staande klok verplaatst worden met de slinger erin?

Nee. De slinger en de gewichten gaan er altijd eerst af, anders beschadigt de ophanging van de slinger.