Naar de inhoud
Tijd voor Klokken
Menu

Het Zwarte Woud

Een streek met lange winters, veel hout en weinig ander werk: de omstandigheden waarin een klokkenindustrie kon groeien.

Het zuidwesten van Duitsland leende zich niet voor grootschalige landbouw. De winters waren lang, de boerderijen lagen ver uit elkaar en er was tijd over. Wat er in overvloed was, was hout. Uit die combinatie groeide vanaf de late zeventiende eeuw een huisnijverheid waarin hele families onderdelen maakten: raderen, kasten, wijzerplaten, fluitpijpjes.

In de negentiende eeuw professionaliseerde die nijverheid. In Furtwangen kwam een klokkenmakersschool, en het was de directeur daarvan, Robert Gerwig, die in 1850 de prijsvraag uitschreef die de vorm van de koekoeksklok vastlegde. Handelaren trokken met klokken op de rug door Europa, wat de klok ver buiten de streek bekend maakte.

Wat er van over is

Koekoeksklok handbeschilderd met dennenboom (H1684), Zwarte Woud Videokanaal Koekoeksklokken Bewonderen.

Herkomst herkennen

Aan een klok is niet altijd te zien waar hij gemaakt is. Wat helpt: de constructie van het uurwerk, het merk op de platine, en de manier waarop het snijwerk is afgewerkt. Handgesneden kasten hebben ongelijke dieptes en sporen van een beitel; gefreesd werk is overal even diep.

Winkels die zich op dit type richten, vermelden de herkomst meestal expliciet. https://www.koekoeksklok.com/schwarzwalder-klok/ houdt daar een aparte categorie voor aan.

Weerhuisjes

Uit dezelfde streek komt het weerhuisje: twee figuren op een draaiende arm die bij vochtige lucht naar buiten komen en bij droogte terugdraaien. De beweging komt van een gedraaide darm of een haar, die bij vocht uitzet. Het is geen klok, maar hij hoort bij dezelfde traditie.