Het Zwarte Woud
Het zuidwesten van Duitsland leende zich niet voor grootschalige landbouw. De winters waren lang, de boerderijen lagen ver uit elkaar en er was tijd over. Wat er in overvloed was, was hout. Uit die combinatie groeide vanaf de late zeventiende eeuw een huisnijverheid waarin hele families onderdelen maakten: raderen, kasten, wijzerplaten, fluitpijpjes.
In de negentiende eeuw professionaliseerde die nijverheid. In Furtwangen kwam een klokkenmakersschool, en het was de directeur daarvan, Robert Gerwig, die in 1850 de prijsvraag uitschreef die de vorm van de koekoeksklok vastlegde. Handelaren trokken met klokken op de rug door Europa, wat de klok ver buiten de streek bekend maakte.
Wat er van over is
- Het Deutsches Uhrenmuseum in Furtwangen, waar onder meer het oorspronkelijke Bahnhausle-ontwerp staat.
- Een aantal werkplaatsen dat nog altijd mechanische uurwerken en kasten maakt.
- De aanduiding Schwarzwalder klok, die in de handel voor klokken uit deze streek wordt gebruikt.
- Het houtsnijwerk als vak, met hertenkoppen, eikenblad en dieren als vaste motieven.
Herkomst herkennen
Aan een klok is niet altijd te zien waar hij gemaakt is. Wat helpt: de constructie van het uurwerk, het merk op de platine, en de manier waarop het snijwerk is afgewerkt. Handgesneden kasten hebben ongelijke dieptes en sporen van een beitel; gefreesd werk is overal even diep.
Winkels die zich op dit type richten, vermelden de herkomst meestal expliciet. https://www.koekoeksklok.com/schwarzwalder-klok/ houdt daar een aparte categorie voor aan.
Weerhuisjes
Uit dezelfde streek komt het weerhuisje: twee figuren op een draaiende arm die bij vochtige lucht naar buiten komen en bij droogte terugdraaien. De beweging komt van een gedraaide darm of een haar, die bij vocht uitzet. Het is geen klok, maar hij hoort bij dezelfde traditie.